P e t r a   K n ö t s c h k e  -  b e e l d e n d   k u n s t e n a a r

Woekeren


Een ding met een lijst erom of iets wat op een sokkel staat is meestal kunst. Dat is makkelijk
voor de toeschouwer want die hoeft dan niet zo na te denken bij wat hij of zij eigenlijk ziet.
De sokkel of een lijst geeft het kader aan voor wat erop of erin te zien is: een kunstwerk.
‘Let op!’ roept de omlijsting: ‘hier komt kunst’. ‘Aha’, denkt de toeschouwer, ‘daar moet ik kijken.’

Zo niet de beelden van Petra Knötschke. Deze beelden, of ‘bouwsels’ die zijn samengesteld uit hout, schroeven en touw, ontlopen het liefst de sokkel. Ze vertoeven binnen en buiten, hangen aan de muur, groeien uit de grond of klimmen tegen een wand. Als een soort eigenzinnige schepsels lijken ze hun eigen plekjes te zoeken in hun omgeving. Net als kleine plantjes schieten ze tevoorschijn, kwetsbaar, maar toch standvastig. Waar er eentje opduikt volgen er na een tijdje meer. Als een woekerplant spruiten de grote en kleine bouwsels omhoog.

De bouwsels refereren aan huisjes. Oerhuisjes. Zet de mens ergens neer en het eerste wat hij doet is een huisje bouwen. Geef een mens drie planken en hij maakt twee muren en een dak. Zo ook deze beelden. Net als de huisjes in krottenwijken bestaan ze uit de resten van hun omgeving. Ze schikken zich naar hun omgeving, veroveren zich een plekje. Ze hangen aan elkaar met touwtjes en latjes. In hun uitvoering tonen ze zich sympathiek.

De bouwsels kunnen troosten. Ze vertederen en ontroeren. Ze tonen het geploeter, gewrik en gepruts van de mens en daarin zijn ze ontwapenend. Het zwoegen, schuren, schurken, schaven. Het blijven proberen en eeuwig falen.

De mens als reus.

De mens als mier.


Tekst: Astrid Dekkers,


 Raamstraat Den Haag

Bouwsels in Den Haag

Tegendraads

Wortan

Pasos

Bouwsels in den haag Tegendraads Wortan Pasos Objecten wandobjecten

Objecten

Wandobjecten